Meer diversiteit in jongerenwerk

De laatste jaren heeft de gemeente Haarlem gewerkt aan een nieuwe subsidiesystematiek, met als doelstelling meer “zakelijkheid, wendbaarheid en flexibiliteit”. Uitgangspunt is dat ‘niet de organisatie, maar de beste aanbieding wordt gesubsidieerd’. Als CDA ondersteunen wij deze ontwikkeling van ganser harte.

Echter, recent stelde het college dat het voor Haarlem – als opdrachtgever – van belang zou zijn “om het aantal (van 6 huidige) opdrachtnemers te reduceren: bij voorkeur terug te brengen naar één opdrachtgever.” In onze visie komt dit niet overeen met de uitgangspunten van de nieuwe subsidiesystematiek. Sterker nog, dit behelst precies het tegenovergestelde.

Juist ook in het jongerenwerk zijn er zulke verschillende disciplines, waarbij verschillende aanbieders elk hun eigen specialisaties hebben. Wij hebben daarom, samen met D66, VVD, Groen Links en de Actiepartij, gisteren een motie ingediend, waarin de gemeenteraad uitspreekt dat “bij voorkeur te werken met meerdere opdrachtnemers voor het jongerenwerk in Haarlem”. De motie is met brede steun aangenomen!

Advertisements

Eerste termijn behandeling begroting 2014

Na 22 jaren in dit leven, maak ik het testament op van mijn jeugd. Niet dat ik geld of goed heb weg te geven, voor slimme jongen heb ik nooit gedeugd.

-Lennaert Nijgh-

 

Prachtige tekst van Lennaert Nijgh. De schoonheid zit hem wat mij betreft niet zo zeer in de eerste regel, maar juist in de zelfrelativering die spreekt uit de tweede regel; ‘voor slimme jongen heb ik nooit gedeugd’. Als wij vandaag bij de laatste begroting de balans opmaken van 4 jaar coalitie D66, VVD, PvdA en Groen Links, dan past een zelfde bescheidenheid. Immers, deze coalitie en dit college hebben Haarlem moeten besturen tijdens een zware, langdurige financiële crisis. Daarvoor verdient u ons respect. U heeft moeilijke keuzes moeten maken, waarvoor anderen mogelijk waren weggelopen. En bij vele van deze keuzes heeft u ons ook aan uw zijde gevonden. Ik zal beginnen met een korte beschouwing op deze coalitie. Vervolgens zal ik ook terugkijken op onze eigen inzet in deze vier jaar, om af te sluiten met onze ambities voor de komende jaren.

Bij aanvang van deze periode heeft u ingezet op 35 mln. bezuinigingen. Een operatie van formaat, waarbij enkele twijfelden aan de noodzaak. Maar het bleek niet genoeg te zijn. Bij de vooraf afgesproken herijking in de Kadernota 2012 kon de pijn niet zoals gehoopt verzacht worden, maar was juist nog eens € 8 mln. extra aan bezuinigingen nodig. Toen nog met het uitgangspunt dat het niet meer zou mogen worden. De algemene reserve zou dan eventueel worden aangewend om nieuwe tegenvallers boven dit bedrag op te vangen. Maar zelfs dit bleek te optimistisch. Bij de kadernota 2013 moest vervolgens nog eens € 8 mln. structureel aan bezuinigingen gevonden worden. De algemene reserve was inmiddels al lang opgebruikt om eerdere tegenvallers op te vangen. Als we de cijfers van de afgelopen jaar droog op een rijtje zetten, dan ziet het er niet fraai uit.

  • De vaste schuld is opgelopen van 440 mln (1/1/2011) naar 590 mln. (1/1/2014). Hier betalen we per jaar bijna 20 mln aan rente over. Dat zijn 20 mln. die we dus bijvoorbeeld niet aan veiligheid of zorg kunnen uitgeven,
  • De Algemene reserve is geslonken van 42 mln (1/1/2011) naar 23,6 mln. (1/1/2014). Omdat hiermee bijna het minimum bedrag aan algemene reserve is bereikt dat vereist is als weerstandsvermogen, is deze niet langer te gebruiken om tegenvallers op te vangen,
  • De bestemmingsreserves zijn geslonken van 74 mln (1/1/2011) naar 17,6 mln. (1/1/2014). Ook hier is dus de lucht uit de begroting geknepen,
  • En qua woonlasten zijn we gestegen van de 18de (1/1/2011) naar de 10de (1/1/2013) plaats op de Coelo lijst.

Dit is uw financiële erfenis. En als het alleen door uw toedoen was geweest dat we er als gemeente zo bij staan, dan had u als college hier al lang niet meer gezeten. Maar het zou niet eerlijk zijn u het zware weer aan te rekenen. U bent niet de oorzaak van de crisis. U bent niet de veroorzaker van de oplopende rijksbezuinigingen of van de toenemende werkeloosheid. Dit alles kunnen en willen we u als college of coalitie niet aanrekenen. De vraag die wij ons vandaag moeten stellen is of u gegeven de omstandigheden naar vermogen heeft gepresteerd. Of u in deze storm scherp genoeg aan de wind heeft gezeild. Normaal doe ik altijd eerst mijn complimenten en daarna de kritiek. Deze keer draai ik het graag eens om, om zo optimistische af te kunnen sluiten.

Onze belangrijkste kritiek betreft de budgetdiscipline. U kent dit verhaal inmiddels wel. Immers, de volledige raad heeft hierover een motie van ongenoegen aan u voorgelegd. Toen de accountant vervolgens bij de jaarrekening constateerde dat miljoenen aan uitgaven niet tijdig aan de raad waren voorgelegd heeft de volledige oppositie hierover een motie van afkeuring ingediend. En toen bleek dat een miljoenen overschrijding op het Stationsplein maanden onder de pet was gehouden, heeft de voltallige oppositie een motie van wantrouwen ingediend. Als we als gemeenteraad collectief verantwoordelijkheid moeten nemen voor zware bezuinigingen die vele Haarlemmers raken, dan kan het niet zo zijn dat wij niet langer het gevoel hebben dat we ook op die uitgaven kunnen sturen. De raad controleert de uitgaven. Dat is onze wettelijke taak en hierop mogen wij niet verzuimen. Wij roepen het volgende college dan ook op om ten aanzien van de financiële discipline actief in te zetten op het versterken van vertrouwen tussen college en raad, tussen bestuur en Haarlemmers. Dit vertrouwen versterken we ook door de Haarlemmers te laten zien dat wij in onze besluitvorming handelen vanuit de gemeenschappelijke belangen. Inclusief denken heet dat dan. Een mooi voorbeeld is de nieuwe locatie van het CBR. Hebben we hier tijdig alle belangen tegenover elkaar afgewogen? Misschien was het CBR dan ook die plek gekomen, maar dan wist de wijk wel wat ze te wachten stond.

Een tweede punt van kritiek is u ook bekend. De takendiscussie. Te lang is deze voor ons uitgeschoven. In plaats daarvan is ingezet op vijf peilers die allemaal evenveel moesten leveren. Maar is dat eigenlijk niet hetzelfde als een grove kaasschaaf? Het resultaat is nu dat de takendiscussie inzet is voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is op zich niet slecht, want het geeft de Haarlemmers maximaal de kans om hun invloed op dit proces uit te oefenen. Maar nog beter was het geweest als deze coalitie zijn verantwoordelijkheid al had genomen, om zodoende een sluitende meerjarenraming te kunnen presenteren. Immers, al het vet is van de botten en de crisis is nog niet voorbij. De meerjarenraming laat een tekort van bijna zes miljoen zien voor het jaar 2015. Deze zes miljoen kunnen we niet langer met reserves opvangen. Dit legt een zware druk op de komende coalitieonderhandeling, waarbij hele harde afspraken gemaakt zullen moeten worden om in 2015 al weer bijna zes miljoen te bezuinigen.

 “Wij willen als CDA constructief oppositie voeren. Wij hopen op een goed collegeprogramma, waar tegen het moeilijk oppositie voeren is. Wij hopen op een sterk, evenwichtig college, dat onze stad door zware tijden heen zal loodsen.”
Merijn Snoek, 1/4/2010 (tijdens de coalitieonderhandelingen)

Zoals gezegd heeft deze coalitie het schip Haarlem door een woelige storm moeten loodsen. Een sterk evenwichtig college is het echter niet gebleken. Tijdens de rit zijn twee wethouders en een gemeentesecretaris overboord gevallen. En waarschijnlijk had u scherper aan de wind kunnen zeilen als u minder met elkaar ruzie had hoeven maken over wie de touwtjes in handen heeft. Al dat gekissebis over een pontje of andere onderlinge ruzietjes. Had die tijd niet beter gestoken kunnen worden in het tijdig kostendekkend maken van de bouwleges of het terugbrengen van de formatie in de fysieke sector die nu niet meer op projecten kan schrijven? De crisis kunnen wij u niet aanrekenen, maar dat u op deze punten niet snel genoeg het schip heeft bijgestuurd wel.

Er is veel tijd en geld gaan zitten in de gebiedsvisies, zonder dat dit tot resultaten heeft geleid. De verhuizing van Flinty’s heeft ondanks herhaaldelijk aandringen uit de raad geen prioriteit gekregen en moest uiteindelijk haastig verhuizen in verband met de subsidie Stationsplein. En in de Berap lezen we een enorme post aan productieverlies als gevolg van de reorganisaties, bovenop de al begrote frictiekosten. Wie het coalitieakkoord nog eens naleest ziet nog tal van ambities die niet zijn gerealiseerd. Deels omdat hier geen prioriteit aan is gegeven of omdat andere keuzes zijn gemaakt. Maar eerlijk is eerlijk, grotendeels omdat de crisis nog vele malen groter bleek te zijn dan wij allemaal vier jaar geleden vermoedde.

Voor zover onze kritiek. Er is natuurlijk ook heel veel goed gegaan. Bijvoorbeeld de nieuwe subsidiesystematiek. Deze sluit goed aan bij ons beeld van hoe wij als gemeente moeten werken. Eerst zelf bepalen welke doelen je wilt bereiken en dan anderen vragen hoe zij denken daar aan bij te kunnen dragen. Maar bij de transitie van het sociaal domein hebben we ook direct gezien dat toepassing ervan in de praktijk nog wel lastig is. Bestaande subsidie relaties kunnen slechts gefaseerd afgebouwd worden, waardoor nieuwe partijen maar beperkt een kans krijgen. In de reactie op de motie om meer straathoekwerkers in te zetten, lezen we dat het college bij voorkeur streeft naar “één organisatie voor het jongeren- en straathoekwerk om hiermee voor te sorteren op de verzakelijking van de subsidiesystematiek”. Het is het beeld van onze fractie dat de nieuwe subsidiesystematiek juist meer en ook nieuwe partijen een kans zou moeten geven. Graag een reactie van de wethouder Financiën op dit punt. En het meest prangende voorbeeld is natuurlijk BUUV. Is dit nu een middel of een doel? Het college zegt zelf het ‘wat’ te willen definiëren en het ‘hoe’ aan het veld over te willen laten. Behalve in het geval van BUUV. Wat het CDA Haarlem betreft is dit niet in lijn met het eigen denken of de nieuwe subsidie systematiek. Daarom dienen wij de motie ‘BUUV aan het veld in’.

Maar ik was bezig met de complimenten. In de begroting zijn grote bijstellingen gedaan, bijvoorbeeld op het vastgoed en de grondexploitaties. Afwaarderingen die pijnlijk, maar noodzakelijk waren. Zo zien we nu weer de bijstelling van de salariskosten. Echter, op dit laatste punt willen wij graag een verduidelijking van de wethouder Financiën. We lezen in de begroting dat de salariskosten nog steeds niet op het reële niveau worden begroot. Navraag leert ons dat het gat tussen de begrote en de reële salariskosten 1,1 mln is. Zien we dit dus volgend jaar in de jaarrekening als tekort terug? In de fysieke hoek zijn ook grote slagen gemaakt. De aanpak van het Slachthuisterrein, reorganisatie van vastgoed en de meer dan 20 bestemmingsplannen die vastgesteld moesten worden. Dhr. Cassee memoreerde het zelf allemaal al bij de Kadernota. Maar inderdaad, daarvoor verdient hij een compliment. Dhr. Nieuwenburg willen we ook complimenteren met zijn Woonvisie, de aanpak van het voortijdig schoolverlaten en de voorbereidingen van de transitie van de Jeugdzorg.

Dhr. Van der Hoek complimenteren wij ook met de voorbereidingen op decentralisaties. Lastig, omdat niemand weet wat er precies op ons af gaat komen, maar Haarlem heeft op dit punt niet stil gezeten. De ‘transitie van het sociaal domein’. Lange sessies met de commissie Samenleving met een hoog abstractie gehalte. Complexe materie, maar van wezenlijk belang omdat we hier organiseren hoe de meest kwetsbaren in onze samenleving ondersteund blijven. Wij hebben dhr. Van der Hoek ook al eens eerder gecomplimenteerd. Toen zeiden we dat hij zich met recht de wethouder van sport van Haarlem mocht noemen. Dat was toen hij ons vertelde dat weldra gestart zou worden met de bouw van de Duinwijckhal. Maar nu blijft het toch lang stil. Wij willen u dan ook verzoeken om in uw eerste termijn in te gaan op de stand van zaken met betrekking tot de Duinwijckhal en klip en klaar te verklaren of u dit dossier als wethouder nog tot een besluit brengt, zodat deze ook direct uit de inventarisatie voor de takendiscussie geschrapt kan worden. Hetzelfde verzoek hebben wij ten aanzien van de 24 uursopvang, samen met de Duinwijckhal uw politieke erfenis. Gaat u als wethouder nog een besluit nemen over de locatie hiervan?

Dhr. Mooij verdient complimenten voor de aanpak van de externe inhuur. En dhr. Mulder, u verdient een compliment omdat u de handschoen heeft opgepakt die noodgedwongen na het vertrek van uw voorganger bij uw partij kwam te liggen.

Dan kom ik bij onszelf. Hoe kijken wij als CDA Haarlem terug op onze vier jaar? Op een aantal punten hadden wij wezenlijk andere keuzes gemaakt dan dit college. De zondagsopenstelling. Het loten. De aanpak van uitkeringsfraudeurs. Minder bezuinigen op handhaving en een betere verdeling van handhaving over de stad. Meeuwenoverlast eerder serieus nemen. Openbare speelruimte en speeltuinen een prominentere plek geven. Invalidenparkeerplaatsen niet doorbelasten en alleen indicatiestelling voor hulp bij het huishouden met een huisbezoek. Allemaal zaken waar we ons hard voor hebben gemaakt, maar helaas zonder het gewenste resultaat. Maar wij zijn ook trots op wat we als oppositiepartij wel hebben kunnen bereiken. Uiteraard altijd met steun vanuit andere partijen. Want niemand bereikt hier iets in zijn eentje. Wij zijn erg blij dat wij samen met u hebben kunnen strijden voor:

  • Het kunstgrasveld van Haarlem-Kennemerland,
  • Inzet van BTW op sport voor de sport en zo samen met de PvdA dekking vonden voor de Duinwijckhal. Ook dank aan dhr. Stapelkamp voor zijn inzet op dit dossier,
  • Geen verdere bebouwing kweektuinen Kleverlaan,
  • Geen korting op inzet straathoekwerkers,
  • Behoud van middelen voor bestrijding eenzaamheid en ‘meidenwerk’,
  • Aanpak van sluikreclame op bouwborden,
  • Gratis plek in betaalde fietsstalling voor ouderen,
  • Ondergronds parkeren als norm,
  • Behoud kinderboerderij bij kweektuinen Kleverlaan,
  • Betere gladheidsbestrijding (bij sneeuw), met name voor fietsers,
  • Meer openheid in formatieproces,
  • En achterstallig onderhoud zien als schuld.

In de punten die ik opsomde hoort u ook de prioriteiten die wij ons als fractie bij aanvang van deze periode hebben gesteld. En ook voor de komende periode willen wij ons blijven inzetten voor veiligheid, zorg en samenleving. Als wij met elkaar een takendiscussie aangaan, dan staat voor het CDA voorop dat de Haarlemmer erop mag rekenen dat de gemeente de eigen regels handhaaft. Niet alleen in het centrum en niet alleen als er opbrengsten tegenover staan zoals bij parkeren. Integrale handhaving, zoals met bikerteams, vergroot het gevoel van veiligheid en versterkt te relatie tussen gemeente en inwoner. Ook de buurtvaders zijn een initiatief dat onze steun verdient. Veiligheid gaat ook over het tegengaan van uitgaansgeweld en overlast rondom coffeeshops. Wij willen de burgemeester complimenteren voor zijn inzet de voorgaande jaren op het gebied van veiligheid. Hij heeft een consistente en vaak strenge lijn getrokken, waar wij ons goed in konden vinden.

Dan de zorg. De gemeente krijgt in de komende jaren een steeds belangrijkere rol op het gebied van zorg. Voor kwetsbare mensen en voor kinderen met grote problemen of beperkingen. Het CDA zal altijd eerst kijken naar wat mensen zelf kunnen. Hoe mensen zelf naar elkaar om kunnen zien. Dat past bij onze uitgangspunten. Maar die mensen waar niemand naar omkijkt, die moeten op de gemeente kunnen rekenen. We zien nu al dat de hulp in het huishouden soms het enige contact is dat ouderen nog hebben. Als dit ook nog wegvalt slaat de vereenzaming genadeloos toe. Onze ambitie is dat iedere kwetsbare Haarlemmer minimaal één keer per week met iemand contact heeft. Dit wordt bij voorkeur niet vanuit de overheid georganiseerd. Maar voor die mensen die anders echt alleen blijven, daar moeten we onze verantwoordelijkheid nemen.

En samenleving. Het CDA staat voor minder overheid, meer samenleving. Dat betekent niet het afbreken van de verzorgingsstaat, maar wel het herstel van vertrouwen in wat mensen zelf met elkaar kunnen bereiken. Dat zien we terug in het verenigingsleven. De afgelopen jaren hebben we ons keihard ingezet voor de sport. Dat is niet alleen omdat sporten gezond is. Maar vooral ook omdat dit de plek is waar mensen een sociale context verwerven. Waar Haarlemmers zich als vrijwilliger inzetten. Waar jongeren zelfvertrouwen en discipline meekrijgen. In een ontzuilde samenleving is het verenigingsleven de plek waar Haarlemmers elkaar vinden en ook voor elkaar zorgen als dat eens een keertje nodig is. Dat geldt voor sportclubs, maar net zo goed voor koren, fanfares, scouting en kerken.

Voor het CDA hoeft Haarlem niet veel verder te groeien. Niet groter, sneller of meer. Wij koesteren de Haarlemse maat. En wij koesteren dus de veiligheid, de zorgzaamheid en het verenigingsleven in Haarlem. Vanuit deze visie zullen wij de kerntakendiscussie benaderen. En vanuit deze visie kijken wij nu ook naar de in de begroting voorgestelde bezuinigingen voor 2014. Wij kunnen ons dan ook niet vinden in de bezuinigingen op de handhaving en het cultuurstimuleringsfonds en dienen op dit punt twee moties in. Tot slot vragen wij aan wethouder Nieuwenburg of hij in zijn eerste termijn kan aangeven of de voorgestelde bezuiniging op ‘Wonen boven Winkels’ zomaar eenzijdig door de gemeente gerealiseerd kan worden, of dat hij dan feitelijk contractbreuk pleegt met de partners in de stad.

Motie van Wantrouwen Stationsplein

Gisteren heeft de voltallige oppositie het vertrouwen opgezegd in het college. Dat is het zwaarste instrument dat wij als raadsfracties hebben en niet eentje dat je zomaar inzet. Waarom nu dan toch?

Als raadslid draag ik de verantwoordelijkheid om namens de Haarlemmers die op mij gestemd hebben te controleren of hun geld goed besteed wordt. Dat kan ook, want als raad hebben we het zogenaamde ‘budgetrecht’. Dat houdt in dat het college alleen geld mag uitgeven, dat door de raad als ‘krediet’ beschikbaar is gesteld. Als dat geld op is, dan moet het college naar de raad om opnieuw geld, krediet, aan te vragen. Althans…. zo zou het moeten gaan.

De werkelijkheid is de afgelopen jaren anders gebleken. Keer op keer gaf het college geld uit, waarvoor door de raad geen krediet was gegeven. Deze kredietoverschrijdingen werden dan pas achteraf aan de raad gemeld. Vervolgens konden wij dan niet veel anders dan achteraf dat krediet goedkeuren.

Omdat we er als raadsleden met deze werkwijze eigenlijk voor Piet Snot bijzitten, hebben wij, gesteund door de voltallige raad, in maart van dit jaar de motie ‘Krediet achteraf’ ingediend, waarin de raad zijn ongenoegen uit sprak over “de werkwijze waarbij, behoudens calamiteiten, door het college uitgaven worden gedaan waarvoor pas achteraf krediet wordt aangevraagd”. Begrijp me goed, ik begrijp ook dat sommige projecten soms duurder uitvallen dan dat je vijf jaar eerder hebt begroot. Maar op het moment dat je ziet dat het geld op is, moet je dan als de wiedeweerga naar de raad toegaan om extra geld te vragen.

Dat doet dit college stelselmatig niet. Toen we vervolgens in juni werden geconfronteerd met € 10,3 mln. aan overschrijdingen, was dit de aanleiding voor de voltallige oppositie om een motie van afkeuring in te dienen en niet in te stemmen met de jaarrekening. Immers, we zitten er niet om alleen maar ja te zeggen tegen uitgaven die al zijn gedaan.

Gisteren spraken we over het Stationsplein. Een groot complex project, dat duurder is uitgevallen dan oorspronkelijk was begroot. Dat is erg. Maar nog erger is dat de verantwoordelijk wethouder Van Doorn al geruime tijd (maanden, misschien zelfs anderhalf jaar) op de hoogte was van het feit dat hij miljoenen meer had uitgegeven dan dat er door de raad aan krediet was verstrekt. Toch werd de raad niet geïnformeerd.

Om als raad richting onze kiezers de verantwoordelijkheid te kunnen dragen die zij ons met hun stem hebben toegekend, is het van essentieel belang dat ons budgetrecht niet wordt uitgehold en dat we volledig en tijdig worden geïnformeerd. Als dit stelselmatig en moedwillig niet gebeurt, moet de raad ingrijpen. Als oppositie hebben we daarom het zwaarste woord, de vertrouwensvraag, uitgesproken. Deze motie van wantrouwen is niet gesteund door de coalitiepartijen, die aanvankelijk wel een motie van afkeuring richting één van de wethouders op tafel legde, maar deze vervolgens ook weer introkken. En zo bleef alles zoals het was. Op 19 maart 2014 is het woord aan de kiezer…

Roze bril Award

Op 19 september heb ik van Gay-Haarlem (www.gay-haarlem.nl) de ‘Roze bril Award’ uitgereikt gekregen voor onze inzet voor homo-emancipatie in Haarlem. Mijn dank is erg groot voor dit compliment voor onze inzet!

roze bril award

In ons verkiezingsprogramma in 2010 hebben we ons expliciet uitgesproken tegen ‘weiger ambtenaren’. Samen met de andere partijen in de raad, zoals de PvdA en de VVD, konden we de zogenaamde ‘koplopergelden’ verkrijgen en een bijdrage leveren aan het ‘roze jaar’ 2012. Ook hebben we als afdeling in 2010 middels een amendement in het landelijke CDA Verkiezingsprogramma een passage gekregen dat aandacht vraagt voor ‘geweld gericht tegen de seksuele geaardheid van burgers, zoals homohaat’.

En alles blijft zoals het was…

Deze zomer werden 28 kinderen niet alleen uitgeloot voor de middelbare school van hun eerste keuze, maar ook nog eens voor de school van hun tweede keuze. Je zou dus mogen verwachten dat de ‘regeling aanmelding en inschrijving brugklas V.O.’ nu eens goed op de schop wordt genomen. Helaas, de conclusie van de nogal technische evaluatie is dat ‘uit het onderzoek is gebleken dat hiervoor geen redenen zijn’. Onbegrijpelijk voor al die ouders en kinderen die hier in de afgelopen jaren door zijn geraakt. Lees hier de evaluatie en oordeel zelf.

Als CDA Haarlem hebben wij er de afgelopen jaren voor gepleit om schoolbesturen meer eigen verantwoordelijkheid te laten dragen in dit proces. Ook zouden wij meer flexibiliteit willen in de beschikbare capaciteit op scholen die jaar in, jaar uit leerlingen moeten uitloten. Donderdag a.s. spreekt de commissie Samenleving van de Gemeenteraad over de evaluatie.

In 2014 dan toch verwisselen van meeuweneieren?

Meeuwenwering op daken Sterrencollege en Ter Cleeffbasisschool

In april 2013 werd de CDA motie aangenomen waarin het college werd opgedragen om ontheffing aan te vragen voor het verwisselen van meeuweneieren. Verantwoordelijk wethouder Van Doorn (Groen Links) gaf in eerste instantie aan dat er goede hoop was op het verkrijgen van deze ontheffing. Later kwam het bericht dat het verantwoordelijk ministerie (EZ) de aanvraag had afgewezen.

Dit was aanleiding voor CDA Tweede Kamerlid Jaco Geurts om hierover vragen te stellen. Uit de beantwoording van deze vragen (kamerbrief-over-meeuwenoverlast[1]) blijkt nu dat het ministerie van EZ de aanvraag heeft afgewezen omdat “De beschrijving van de activiteitenplannen in de aanvraag namelijk niet overeen komt met de bij de aanvragen geleverde plannen. Het betreft feitelijk één activiteitenplan gebaseerd op de Leidse situatie, waaraan de namen van Haarlem en Alkmaar zijn toegevoegd.”

Laten we hopen dat de opvolger van wethouder Van Doorn er volgend jaar wel in zal slagen een gedegen aanvraag op papier te zetten…

Kadernota 2013: houdbaarheidsdatum coalitie verlopen

Vorige week sprak de Haarlemse gemeenteraad over de kadernota, het document dat het meerjaren financieel beleid van de gemeente schetst. VVD wethouder Mooij stelde voor de OZB te verhogen, te bezuinigen op minimaregelingen en om tekorten af te dekken met geld dat was gereserveerd voor het onderhoud van de openbare ruimte. Dit alles ging zelfs de eigen coalitiefracties te ver. Coalitie en oppositie trokken daarom samen aan de rem en dienden een amendement in dat het college opdroeg de voorgestelde maatregelen terug te draaien. In plaats daarvan moet worden bezuinigd op gemeente taken en zorgvuldiger worden ingekocht.

Wij zijn blij dat we als oppositiepartij met de coalitie hebben kunnen samenwerken aan de ‘reparatie’ van de kadernota. Maar de scherpe kritiek vanuit de coalitiefracties op elkaar en het eigen college, heeft duidelijk gemaakt dat de houdbaarheidsdatum van deze coalitie is verlopen. Toch is het goed dat de coalitie de interne crisis na het vertrek van wethouder Van Doorn heeft overleefd en de rit gaat uitzitten. Het zou niet in het belang van Haarlem zijn geweest om negen maanden voor de verkiezingen een nieuwe coalitie te moeten smeden. Daarmee gaat te veel kostbare tijd verloren, wat we in deze zware tijden niet kunnen veroorloven. In relatietermen; de liefde is op, maar ze blijven nog even bij elkaar voor de kinderen.

Op 19 maart 2014 mogen alle Haarlemmers naar de stembus. Zij kunnen dan kiezen voor een frisse wind. Haarlem verdient een stadsbestuur dat zelfverzekerd, daadkrachtig en vooral eensgezind Haarlem door het zware weer helpt.